Verhaal

Vriend & Vijand: "Ik ben gestrand. Het spel is gespeeld en ik heb verloren" De bankoverval in Almelo in 1944.

In het gebouw van de Nederlandsche Bank - thans Ned. Middenstandsbank - aan de Wierdensestraat, maakt het personeel zich op om naar huis te gaan. Even nadat om half zes de deur gesloten is, klinkt de bel. De jongste bediende doet open. Een mannenstem vraagt naar de directeur. Voordat er antwoord is gegeven, staan vier mannen in de hal van de bank. De grote deur valt achter hen dicht. Een uur en een kwartier later komen de vier weer naar buiten. Een vrachtauto rijdt voor en dertien kisten worden ingeladen. Kisten met geld, in totaal 46 miljoen, bestemd voor de snel slinkende stakingskas ter ondersteuning van ondergedoken spoorwegmedewerkers. De slag is bijna geslagen, de bankoverval is gelukt.

 

Tip

In het najaar van 1944 kwam bij de K.P. Almelo een tip binnen, dat op de Nederlandsche Bank in Almelo veel geld geconcentreerd zou liggen. Ex-employée Derk Smoes, leider van de K.P., oppert na een gesprek met zijn mannen het plan een overval te plegen. Op 7 november 1944 komt uit Londen via het algemeen hoofdkwartier van de Binnenlandse Strijdkrachten toestemming binnen het plan uit te voeren. Geadviseerd wordt "in omloop te brengen, wat voor het verzet nodig is en de rest goed te verstoppen of te vernietigen." Vriezenvener Smoes zet zich aan het werk. 

 

Het zit Smoes bij de uitwerking van zijn plannen mee. Hij kent de bank op z'n duimpje. Hij heeft er gewerkt. Wanneer hij echter de revolver van zijn baas, een NSB-functionaris, "inruilt" voor een houten namaakproduct, om een geslaagde ontvoering uit het Huis van Bewaring in Almelo te organiseren, loopt hij tegen de lamp. De functionaris ontdekt de "ruil" en Smoes duikt onder. Hij heeft echter voldoende relaties op de bank, die hem willen adviseren. Voor de roof kan plaats vinden, moet er nog veel werk verzet worden. Een expediteur uit Rijssen, Willem Meenks wordt bereid gevonden een vrachtwagen ter beschikking te stellen. De man weet echter van de juiste bedoelingen niets af. Relaties op de bank zullen voor voldoende pakmateriaal zorgen en Smoes vindt naast Douwe Mik, Herman en Anton, die naar binnen zullen gaan, nog zes KP'ers bereid, de concierge-woning boven te bezetten en de omgeving in de gaten te houden. De afspraak is woensdag 15 november tegen half zes. De bankroof kan beginnen. 

 

Als de overvallers goed en wel weg zijn, wordt op de bank de politie gealarmeerd, die op haar beurt de Kommandoführer van het Einsatzkommando der Sicherheitspolizei, Hauptstürmführer Oskar Konrad Gerbig waarschuwt, overigens eerst een half uur later. De vervanger van Gerbig, Unterstürmführer en Krimminalkommissar Paul Hardegen, legt onmiddellijk verband tussen de verdwijning van Smoes en de overval. Nog dezelfde avond geeft hij opdracht een huiszoeking bij Smoes in Vriezenveen te doen plaats vinden. Zonder resultaat overigens. Het personeel wordt in z'n geheel gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Bewaring te Almelo, waar ze wordt gehoord door de Sipo's Holbeck en Neubacher. Ook zonder resultaat. Wel komt Hardegen tot de ontdekking dat één van de bedienden een zekere Meenks uit Rijssen, een broer heeft, die een expeditiewagen bezit, terwijl die broer al enkele dagen niet meer thuis is geweest.

 

Deze overval treft de Duitsers als een zweepslag in het gezicht en de hoogste politie-functionaris Rauter geeft persoonlijk opdracht de zaak "met alle middelen tot klaarheid te brengen". Via de radio en in de kranten worden oproepen geplaatst, terwijl via aanplakbiljetten een beloning van f 1.000.000,- in het vooruitzicht wordt gesteld voor degeen, die inlichtingen kan verschaffen, waardoor de overval wordt opgelost. Alles zonder resultaat.

 

Toeval
Dan komt, op 29 november, het toeval de Duitse opsporingsdienst te hulp. Tijdens een gewone straatcontrole bij het Diaconessenhuis, houden ze een Zwollenaar Berend Bruynes (Bruyntje) aan, die valse Persoonsbewijzen bij zich heeft. P.B.'s die hij in café Frielink in de Harbrinkshoek - waar ook de plannen voor de overval werden besproken - uit handen van Smoes en Mik ontvangen heeft. De man wordt onder "verscherpt verhoor" genomen en geeft op van wie hij de P.B.'s gekregen heeft. Nog dezelfde avond worden de café-houder en zijn broer gearresteerd, terwijl ook Smoes en Mik op de boerderij Noordergraaf in de omgeving worden opgepakt. Voor de Duitsers zijn ze echter nog onbekenden met P.B.'s, die heel andere namen vermelden. Het vermoeden bestaat wel, dat één van hen beiden Derk Smoes is, maar de Duitsers koesteren nog weinig argwaan tijdens de verhoren. Ze besluiten zelfs de beide mannen weg te sturen, totdat plotseling de landwachter Zagers uit Vriezenveen het vertrek, waar Smoes, afzonderlijk van Mik, gehoord wordt, binnen komt. Zagers wijst Smoes onherroepelijk als zijn buurman Smoes aan. De oplossing van de overval is daarmee voor de Duitsers in zicht.

 

Tijdens de hierop volgende verhoren, komt Gerbig met een compromis. Hij heeft namelijk een vermoeden, dat het geld in de omgeving van Daarlerveen is verstopt en stelt voor, dat Smoes en Mik de schuilplaats zullen noemen, terwijl de Duitsers dan in ruil geen pogingen zullen ondernemen de mede-daders op te sporen. Beiden bang, dat de Duiters, die dreigen alle boerderijen in Daarlerveen te doorzoeken, meer zullen vinden, dan goed voor de ondergrondse is, vertellen de schuilplaats, zonder ook maar één naam van de betrokkenen los te laten.

 

 

Arrestaties
Op 30 november rijdt Douwe Mik, zwaar bewaakt, met drie vrachtwagens naar de boerderij van de fam. Nijland. Een Nederlandse landwacht, Böntje Rötgers krijgt 'n hooivork in de hand geduwd en begint de hooiberg uit elkaar te halen. Er gebeurt nog een klein incidentje, wanneer Rötgers niet meer verder wil, omdat hij zegt, dat het geld er toch niet ligt. Een alom bekende Duitse schreeuwpartij brengt hem tot andere gedachten. 't Geld wordt gevonden. Met paard-en-wagen moet boer Nijland de miljoenen naar Almelo, naar de Dienststelle aan de Bornsestraat 102, overbrengen. De zoon, Gerhard Nijland, wordt gearresteerd en meegenomen. Ook chauffeur Willem Meenks, de café-houder Frielink en zijn broer, worden opgepakt. Het ere-woord van de Duitsers was ook in dit geval waardeloos, al hebben ze bij de gearresteerden niet aangedrongen op meer namen.

De opluchting bij de Duitsers is groot. 's Avonds hebben ze in de Dienststelle een groot feest, waar de alcoholhoudende dranken rijkelijk vloeien.

 

"Verloren"
De gearresteerden worden overgebracht naar opvoedingsgesticht "De Kruisberg" te Doetinchem. Op de avond voor Kerstmis 1944 proberen nog enkele Almelose K.P.-ers de jongens te bevrijden. De bewaking is echter zeer streng. Er is geen doorkomen aan en men besluit terug te keren. Smoes wordt in de trein naar het concentratiekamp Neuengamme overgebracht. Hij passeert daarbij ook Almelo, waar de trein nog stopt. Te laat hoort de K.P.-ploeg, dat Smoes in de trein zit. Men volgt hem via Borne, Hengelo en Oldenzaal, maar men is steeds een kwartiertje te laat.

 

"Ik ben gestrand. Het spel is gespeeld en ik heb verloren", schrijft Smoes in de gevangenis aan zijn vrouw. Maar ook schrijft hij: "Laten ze zich niet laten afschrikken door mijn arrestatie, doch trouw aan hun overtuiging blijven, trouw aan vaderland en volk". Dit is het laatste, dat Derk Smoes van zich kon laten horen. Hij sterft in Neuengamme op 14 maart 1945.

 

De gearresteerden Mik, Meenks, de gebr. Frielink, Nijland en Bruining, werden eveneens naar concentratiekampen overgebracht. Alleen de heer H. Frielink keerde terug. De anderen stierven in Neuengamme of Reyershorst.

 

Dit artikel verscheen eerder in de Twentse Courant Tubantia. De vereniging Oud Vriezenveen/Historisch Museum Vriezenveen verleende zijn medewerking aan de totstandkoming ervan.

Reacties